zondag 12 mei 2013

Wat kan en wat kan nu niet met "stevia zoetstof"?


DE VOORDELEN (van stevioside en rebaudioside A (steviolglycosiden) tov suiker, aspartaam en sucralose om overgewicht en diabetes te bestrijden als ook ontstekingen)


  • Steviolglycosiden , extract van de stevia rebaudiana plant of honingkruid, is helemaal veilig en niet toxisch. In japan de veiligste calorievrije zoetmaker.
  • Tot 300 maal zoeter dan suiker (vooral reb. A)
  • Rebaudioside heeft een zuivere zoete smaak zonder bitterheid , zeker in een gepaste verdunning zoals met inuline. Maltodextrine is te vermijden als vulmiddel maar kan ook .
  • Brengen geen calorieën aan en ideaal als zoetmaker om ook overgewicht te bestrijden
  • Steviolglycosiden verhoogt de bloedsuikerspiegel niet , glycemische index nagenoeg 0 en dus veilig voor diabeten en candidainfecties alsook overgewicht bestrijden.
  • Steviolglycosiden verdragen in tegenstelling tot aspartaam , verhitting en kunnen zonder gevaar tot 200 °C in kook en bakprocessen gebruikt worden.
  • Steviolglycosiden fermenteren of vergisten niet en kunnen aan tal van produkten toegevoegd worden.
  • Leidt niet tot cariës of tandbederf
  • Werken niet verslavend
  • Geschikt voor mensen met PKU (fenylketonurie)


NIET DE PLANT, wel de glycosiden!

De uit stevia geextraheerde steviolglycosiden zijn toegelaten in bepaalde voedingsmiddelen maar niet de plant stevia (stevia rebaudiana) zelf. Zonde want het stevia blad zou in honderden theemengsels een  zeer interessant natuurlijk en caloriearm zoetmiddel zijn. Het verhoogt de bloeddruk niet.
De maximale dosis is 4 mg steviolglycosiden /kg lichaamsgewicht/dag. Zelfs een waterig extract van stevia is niet toegelaten als zoetmiddel, enkel de steviolglycosiden in vloeibare vorm.



NIET in alle levensmiddelen toegelaten!

Het lobbywerk van de suiker- en aspartaamindustrie heeft er dus alles aan gedaan om de concurrentiepositie van stevia te minimaliseren.

- Steviolglycosiden mogen gebruikt worden in : Drank, frisdranken, chocolade, tafelzoetstoffen en tabletjes.
- Steviolglycosiden mogen niet gebruikt worden in ondermeer : koekjes en gebak; desserts op basis van fruit, eieren of granen; Snacks (zetmeelprodukten, gecoate nootjes); broodbeleg op basis van cacao, fruit , melk en vetten; fruitconserven; mosterd; cider; fijnkostsalade

Regels in verband met etikettering

Moet aangegeven worden voor levensmiddelen die steviolglycosiden bevatten:


  • Bij de ingrediënten: met 'zoetstof: steviolglycosiden' of 'zoetstof:E960'
  • Nabij de verkoopsbenaming: 'met zoetstof(fen)' of 'met suiker(s) en zoetstoffen'
  • Moet aangegeven worden voor tafelzoetstoffen: tafelzoetstof op basis van steviolglycosiden
Regels in verband met eventuele begeleidende reclame:

  • Mogen niet gezegd worden : ' met stevia', 'met stevia extract', met natuurlijke zoetstoffen, natuurlijk gezoet.
  • Mogen wel gezegd worden : 'met steviolglycosiden', met rebaudioside A (als het gaat om min. 95 % reb. A), met steviolglycosiden uit stevia, met zoetstoffen uit stevia, met zoetstoffen van natuurlijke oorsprong/plantaardige oorsprong, stevioglycosiden zijn van nature aanwezig in de bladeren van stevia.
  • een voorstelling van een steviablad is enkel toegelaten als in de nabijheid steviolglycosiden vermeld worden.
DE UITDAGING

Wie dus toch steviolglycosiden wil gebruiken om bijvoorbeeld gebak, desserts, yoghurt of jam van een zoete smaak te voorzien, zal ze zelf aan de voornoemde producten moeten toevoegen! Waar het inmiddels al voor de consument duidelijk is dat rebaudioside A de meeste bevredigende suikersmaak heeft (stevioside smaakt in bepaalde bereidingen toch nog te veel naar zoethout of kan een bittere nasmaak hebben), blijft het wel nog een uitdaging om voor bepaalde bereidingen een geschikte drager voor de steviolglycosiden te vinden. Want steviolglycosiden zijn zeer geconcentreerd zoet , zij nemen dus heel weinig volume in en hebben soms een drager nodig om 'bulk' te vormen. Als je bvb. 50 gram suiker in een recept voor een gebak of een dessert wil vervangen door steviolglycosiden, hebben deze laatste een drager nodig. Er zijn een aantal mogelijkheden :

°     INULINE = (bvb? ui cichoreiwortel) en fructo-oligosachariden (fos) zijn heel geschikt als drager voor steviolglycosiden, want ze vervullen ook de rol van vezelstoffen, hebben een 'prebiotische' werking (voedingsbodem voor de darmflora), hebben een lage glycemische index (GI) en zijn laagcalorisch. Een probleem is dat vooral inuline hygroscopisch is ( het trekt water aan) , waardoor het soms te snel hard word in zijn verpakking of op een bord uitgestrooid.

°     SUIKERALCOHOLEN = Vooral geschikt is erythritol (verkregen door natuurlijk fermentatieproces, glycemische index = 0, calorische inhoud te verwaarlozen, weinig kans op winderigheid en losse stoelgang). Nadeel is dat erythritol niet zo goedkoop is en dat het in vergelijking met suiker sneller uitkristalliseert in gebak en een wat koelen effect heeft. Minder aangewezen als drager zijn de overige suikeralcoholen (maltitol, lactitol, xylitol, sorbitol...: verkregen door kunstmatige hydrogenatie, hogere calorie-inhoud en glycemische index, veel meer bijwerkingen, ...)

°     MALTODEXTRINE = Deze drager is zeker niet geschikt om volumes te verkrijgen met suiker! Maltodextrine is weliswaar een 'lang of complex' suiker , maar door de verregaande raffinage (vaak uit maïs, waarbij vezels, kiem en vetten zijn verwijderd) en het voorgekookt zijn, valt dit koolhydraat onmiddelijk uiteen in de spijsvertering. Daardoor heeft maltodextrine een zeer hoge glycemische index en is ze met name absoluut af te raden voor diabetici! Er bestaat wel 'resitente' dextrine , die niet verteerd word in de spijsvertering. Kijk even naar dit om een idee te krijgen van vulmiddels die een opgeblazen karakter hebben en dus veel groter zijn ,

http://healthcaresbe.wordpress.com/2013/05/10/misleiding-door-grootte/

Laat uw reactie hieronder na indien u het antwoord weet :-)

Bron = Biogezond , april 2013